Nieuwsarchief

Waterburcht, Millen
Pietersheim, Lanaken
Pietersheim, Lanaken

De waterburcht van Millen en het kasteel van Pietersheim, Lanaken, kenden een bewogen geschiedenis. Voormalig archeoloog Tony Waegeman weet daarvan mee te spreken!
Niet alleen heeft hij zich verdiept in de rol die deze sites hebben gespeeld en in de geschiedenis van hun bewoners, hij was bovendien intens betrokken bij de bijzonder geslaagde restauratie van Pietersheim. De site trekt jaarlijks duizenden bezoekers uit binnen- en buitenland. Zijn werk en studie leidden tot een nauwe samenwerking met de adellijke familie de Merode. Als een van de enigen kreeg hij het voorrecht om hun enorme archief te raadplegen. U mag dus verwachten dat de spreker op dinsdag 26 maart dingen zal weten te vertellen die u nog niet ergens anders hebt kunnen lezen!
Niet te missen, zoveel is zeker! Meer ...

__________

We voegen hier nog aan toe dat er op donderdag 18 april in het auditorium een extra lezing over archeologie is gepland. Archeologe dr. Karen Jeneson komt dan spreken over haar wetenschappelijk onderzoek naar de Romeinse aanwezigheid in onze contreien. Details volgen.

__________

We zijn u nog het verslag verschuldigd van onze vorige lezing op 8 januari: Dialectgrenzen en dialectverandering in Bilzen en omgeving.

Ronny Keulen

Dialectoloog Ronny Keulen situeerde, voor een erg geïnteresseerd publiek en aan de hand van een overzichtelijke presentatie, het Bilzerse taaleigen binnen de Nederlandse streektaalregio's, meer specifiek binnen de Limburgse dialecten en binnen de groep van dialecten die samen het Bilzerlands vormen.

Het Bilzers behoort tot het Centraal-Limburgse dialectgebied waarvan de kenmerken nu eens aansluiten bij het westelijke, meer Brabants klinkende gebied, dan weer bij het oostelijke, meer Duits klinkende gebied; meer bepaald het gebied waar men sj- zegt en niet sch- voor bv. a en o (sjaun, sjoël, niet schaun, schoël), waar men s- zegt en niet sj- voor bv. l, m en t (slachter, smaok, stoem, niet (zoals meer oostelijk) sjtom, sjmaak, sjlachter; wel sjrijve en niet skrèève); waar men dich bès zegt en niet dzjië zit, waar men de historische middenklinkers ontrondt (men zegt er vier en niet vuur, diër en niet deur, fleir en niet fleûr, bik en niet buk, boeken), waar de r wegvalt in 'paard' en 'woord', 'baard' en 'staart', 'kort' en 'hart' (piëd, woëd; baod, stat; kot, hat), waar ooch én ook samen voorkomen (elders veelal slechts een van beide), waar men kalle (spreken) zegt en niet bv. praote. In Bilzen spreekt men de woorden voor 'ijs, huis, kruis, wijn' uit met een diftong (als westelijk): ijs, haus, kreis, wijn, en niet (zoals oostelijk) ies, hoês, kruûs, wiên ... Vrij typisch voor Bilzen is ook dat men sleeptonig ij zegt, maar stoottonig aaj (prijs-praajs, fijn-faajn, vijf-vaajf).

De spreker deelde de Bilzerlandse dialecten in in Oost-Bilzerlands (Eigenbilzen, Mopertingen, Rosmeer, Hees, Vlijtingen, Herderen, Riemst, Val-Meer, Zichen-Zussen-Bolder) en West-Bilzerlands (Bilzen, Munsterbilzen, Waltwilder, Hoelbeek, Rijkhoven, Martenslinde, Kleine en Grote Spouwen). Oost-Bilzerlands heeft lange klinker in flêês, waase (groeien), voogel, zeeve, of tweeklank in twajfele, zajver, in West-Bilzerlands is dit respectievelijk kort (flês, wasse), tweeklank (voëgel, ziëve) of lange klinker (twiefele, ziever). Vooral met Hoeselt zijn de (dialect)verschillen groot: vrug-vrig, bleûr-blaer, dreume-dreeme, mùg-mèg, gjùr-giër, spúle-spiele, kruis-kreis enz.

Na de bekendmaking van het Sjunste Woëd en de uitreiking van de prijzen (zie onze eerdere nieuwsberichten), koos de spreker enkele van de 'mooiste woorden' uit om dieper in te gaan op de herkomst en de verspreiding ervan.

 

Ronny Keulen