Nieuwsarchief

Metrum, viervoetige jambe, alexandrijnen, mannelijk en vrouwelijk rijm, 'stomme' opmaat, Catsiaanse dreun ... ongewone termen die voortaan vertrouwd in de oren klinken van al wie aanwezig was op de lezing die prof. Jan Goossens op tweede kerstdag gaf over het Aiol-epos van de Duitse ridderorde. Deze 'roman de geste' is beter bekend als de Limburgse Aiol; hij wordt gedateerd omstreeks 1230 en er zijn enkel fragmenten van bewaard, al is het verhaal in zijn geheel wel via andere bronnen overgeleverd.

De verstechniek van de dichter van de Aiol staat op een eenzame hoogte, zo toonde de professor aan. De dichter verfijnde de tot dan toe bekende versmetriek dermate kundig dat hij pas eeuwen later navolging kreeg. De spreker maakte een vergelijking tussen het Aiol-handschrift en de veel bekendere Reynaert de Vos. Ook dan steekt de Aiol-dichter er met kop en schouders boven uit.

Het originele Franse ridderepos Aiol et Mirabel suggereert een verband met Saint-Ayoul, de heilige die in het Noord-Franse Provins wordt vereerd: Aiol uit de ridderroman zou heilig zijn verklaard en in Provins begraven liggen. Als men het levensverhaal van beide figuren evenwel naast elkaar legt, valt niet de minste overeenkomst te ontdekken.
Of de Limburgse Aiol in Alden Biesen is geschreven, valt niet meer te achterhalen. Dat er een verband is met de balije Biesen wordt niet betwist.