Forum

Geen kloterij. En toch.

2/2/10 maurits engelen
berend willem hietbrinkIemand kloten kluiten klei inplaats van aardappels of wat Dan ook verkopen. Kluitzak klootzak. Klootzakken ik laat zakken iemand niet helpen en laten stikken. Enz...28/4/19
jeuAls het niet Heitbrink was, zou het dan niet zijn goede vriend Ronald Lagendijk kunnen zijn?
Zij zijn zowat de enigen die het gedachtengoed van Becanus in ere houden.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Johannes_Goropius_Becanus
Haai nog iet:
keppotmaokeraai = condoomfabriek
4/2/10
maurits engelenNae, zou hoet hae ni.
En apprepoo, al kimp het ni van "clou", doë wiët waol mèt genèchelt.
3/2/10
Patrick SlechtenHeet die bijdehante 'cloutier' niet toevallig Willem Hietbrink? Die pseudowetenschapper is stilaan berucht om zijn eigenzinnige woordverklaringen. Het zal wel niet, volgens hem zijn alle vreemde woorden terug te voeren tot het 'Diets'. Deze 'nèchelêr' werkt in de andere richting, blijkbaar.
Nee, kloterij komt van 'kloten' - daar is geen teelbal tussen te krijgen.
Als je de etymologie opzoekt in het WNT, de moeder van alle Nederlandse woordenboeken, word je voor "klooterij" ('t ès nog èn d'aa spêlling te doên) doorverwezen naar "klooten". Dan weet je het al wel.

Een overzichtje van de betekenissen die ons aanbelangen:

Klooterij
1°. beuzelarij, vodderij, beuzelpraat.
2°. Fopperij, scherts, en derg.

Klooten (onoverg.)
Als een kloot in de bet. II, 10) te werk gaan, dus: beuzelwerk verrichten, slecht werk leveren. In verbinding met een praedicatief attribuut ook bedr. [lees: overgankelijk] gebezigd.

Klooten (overg.)
Als een kloot in de bet. II, 10) behandelen, en vandaar: foppen, bedriegen, voor den mal houden; in sterker toepassing: tergen. In Z.-Nederl. in gemeenzame taal. Verg. Kullen, en fr. coïonner (vanwaar ndl. Koeionneeren) uit ital. coglionare.

Kloot (m.n. betekenis II, 10)
Een verachtelijke benaming voor een manspersoon. (...) Verg. Fr. coïon.

Even zelf een balletje opgooien: It. coglione betekent "teelbal".

Kloten heeft nog wel andere betekenissen (gehad):
- kloten maken, klei steken (in steenbakkerij)
- met een kloot (d.i. bal, kluit of schijf) werpen of schieten
- (turf) in kloten (d.i. op stapels) plaatsen
- konkelen

Nergens is er een verwijzing naar 'clouter' of 'clouterie', volgens Petit Robert overigens een afleiding v. Lat. 'clavus', spijker (de t in 'clouter' is te verklaren doordat het een afleiding is van het diminutief van 'clou', nl. 'clouet'); volgens het Etymologisch Wdb. van PAF van Veen (1989) is er i.v. 'clou' ook een verband met Lat. 'clavis', sleutel en Lat. 'claudere', sluiten. Kloot, dus ook kluit, is afgeleid van kluwen, dat verwant is met klauw; het woord heeft indogermaanse wortels, er is duidelijk geen verband met het Latijn aan te tonen, al is er in deze woordgroep ergens wel een link tussen Latijn en Indogerm., nl. de 'clitoris' (v. Grieks 'kleiein', omsluiten). Maar ja, waar zit die niet tussen? (woeha)

De Fr. woordfamilie 'cloisonné, closet, clou', Ned. klooster heeft dus andere roots dan onze hangjongen.
3/2/10
maurits engelenKom ik me daar in een recent nummer van het glossy oostlimburgs magazine "Niveau" een
verklaring tegen voor "kloterij", ons "kloeteraaj, kloeteroj". Ik dacht dat het de evidentie zelf was die oorsprong nogal kort bij de grond te vinden. Nee, volgens de steller zou het evenmin komen van wat hij ook ooit dacht "clou doré". Maar van "clouterie=nagelmakerij". Dat heeft hij waargenomen in een waals dorp waar ze terzake zo bedrijvig waren dat ze met hun roestig spijkervijlsel het brikkenvoegsel rood kleurden. (De zos vér minder naegel maoke.)
Vraag: hebben onze en andere filologen deze sublimerende verklaring voor zo iets elementair simpels ook al ontmoet?
2/2/10

Nieuwe reactie plaatsen

Uw naam:
Uw emailadres:
Reactie:
Type de bovenstaande Cijfers: