Geschiedenis

Markante figuren

 

RdVivier

 

Armand Roelants du Vivier

(1889-1974)

 

 

 

Hij werd geboren te Hasselt op 22 juni 1889 als Marie-Joseph, Edouard, Jacques, Marcelin, Hubert, Armand Roelants, zoon van Marcelin Roelants en Guillielmine Duvivier. Zijn grootmoeder, Valerie Claes, die trouwde met François Duvivier, was een kleindochter van Guillaume Claes die in 1797 Alden Biesen had gekocht. Over de jeugd van de laatste heer van Biesen is weinig bekend. Het was zijn grote ambitie om herenboer te worden. Nadat hij in 1915 getrouwd was met Gabrielle Taymans d'Eypernon ging hij in Hoeselt op de kasteelwinning Terbosch wonen. Volgens zijn buren, die sinds generaties het land bewerkten, had Roelants de ‘boerenstiel' niet in de vingers. Hij paste vaak methodes toe die hij in het buitenland had gezien, maar hier volledig ongeschikt waren. Gevolg: alles verkommerde en verging. In 1922 keerde hij terug naar Alden Biesen om de uitbating van de winning aan te pakken, maar ook dat liep niet van een leien dakje. Naar men zegt, was Roelants zeer bemiddeld maar heel veel geld ging verloren aan mislukte projecten. Ook het onderhoud van de kasteelgebouwen kostte handen vol geld. Het was uiteindelijk dweilen met de kraan open.

RdV_brommerOp een bepaald moment moet Roelants het gevoel hebben gehad dat zijn familienaam niet paste bij zijn status van kasteelheer. Hij vroeg een naamswijziging aan, die uiteindelijk werd erkend bij Koninklijk Besluit van 7 maart 1938. Door toevoeging van de naam van zijn moeder heette hij nu "Roelants du Vivier". In 1954 slaagde hij er ook nog in om de adellijke titel van ‘jonkheer' te verwerven. Ondanks de ronkende naam en titel werd hij door het volk spottend de gêk van Biese genoemd. Waar kwam die bijnaam vandaan? Volgens sommigen verwees die naar de pogingen die ooit door zijn omgeving werden ondernomen om hem geestesziek te doen verklaren: de reden hiervoor kan men raden. Anderen menen dat het kwam door al zijn inspanningen om het domein Alden Biesen intact te houden: je moest wel gek zijn om aan zoiets te beginnen. Voeg daarbij ook nog zijn onconventionele kleding (regenjas, rubberen laarzen en aftandse bromfiets) en alle ingrediënten waren aanwezig voor het volkse ‘predikaat' van Roelants du Vivier.

Terwijl Roelants du Vivier steeds meer vereenzaamde in zijn gigantisch domein, maakten bepaalde overheden zich grote zorgen over de toekomst van Alden Biesen. Reeds in 1948 drong minister Camille Huysmans aan om "desnoods met tussenkomst van de gewapende macht de aftakeling van het kasteel te voorkomen". Huysmans op zijn best! In de jaren vijftig zette de Limburgse gouverneur Roppe zich in om Alden Biesen de reddende hand toe te steken. Maar Roelants du Vivier stond argwanend tegenover alle pogingen tot overname, restauratie of onteigening. Na 25 jaar discussie met de koppige kasteelheer en onder sterke druk van de publieke opinie, kwam er evenwel een doorbraak. Op 8 maart 1971 zou op het kasteel een laatste bespreking plaatsvinden tussen de eigenaar en de overheid. Om de mensen uit de hoofdstad met de nodige égards te ontvangen, werden de open haarden in het kasteel aangestoken. Velen hadden tientallen jaren niet meer gebrand. De gevolgen waren desastreus. Het waterkasteel werd herschapen in een vlammenzee waarin kostbare schilderijen en meubilair verloren gingen.

Op 5 juli 1971 werd de definitieve verkoopakte dan toch ondertekend. Een lange periode van wederopbouw diende zich aan. Maar het resultaat mag gezien worden. Jonkheer Roelants du Vivier heeft de beginjaren van de restauratie nog mogen meemaken. Hij overleed in Bilzen op 21 mei 1974.

RdVivier_fiets