Geschiedenis

Markante figuren

 

Jan-Berchmans Paquay

Jan-Berchmans Paquay

1878-1936

 

 

Deken Paquay (in het Bilzers Paakei) werd geboren in Tongeren op 17 januari 1878 als jongste kind van Jan Willem Paquay en Victoria Philomena Van de Ryst. Jan Willem was koster van de basiliek van Tongeren en ontvanger van de Kerkfabriek. Hij was een broer van Jan Louis Paquay, beter bekend als pater Valentinus Paquay (1828-1905) of het heilig Paterke van Hasselt. Het gezin Paquay-Vanderijst kreeg vier kinderen: een dochter en drie zonen. De zonen werden allen priester. Naast de latere deken van Bilzen waren dit: Joseph Paquay, doctor in de Godsgeleerdheid, titulair kanunnik van de kathedraal van Luik en Alfons Paquay, diocesaan visitator van de kloostergemeenschappen van het bisdom. De dochter, Maria Paquay, trouwde met dokter Karel Van Roost en vestigde zich in Werchter.

paquay_BILZEN1220

bilsen_voorheen

Jan Berchmans Paquay werd priester gewijd op 22 september 1900. Hij werd leraar aan het kleinseminarie van Sint-Truiden. Tijdens zijn verblijf in Sint-Truiden doctoreerde hij in de geschiedkundige wetenschappen aan de universiteit van Leuven. Vanaf dan verscheen van zijn hand een indrukwekkende lijst aan geschiedkundige bijdragen. Het werk van deken Paquay is welbekend en zijn naam is tot op vandaag niet weg te denken uit de bronverwijzingen van geschiedkundige werken over onze streek.

Paquay was grotendeels in het Frans opgevoed en had ook in die taal gestudeerd. Hij onderging wat dat betreft een metamorfose tijdens zijn verblijf (vanaf 1915) als pastoor in de mijngemeente Heusden. Volgens Paquay konden onze gewesten alleen van het "goddeloze socialisme" gered worden door goede werkomstandigheden voor de arbeiders en respect voor hun Vlaamse taal. De onverschilligheid hiervoor van de zijde van de franskiljonse mijndirectie wakkerde bij Paquay zijn vlaamsgezindheid aan.

Op 1 september 1923 ging Paquay als deken naar Bilzen waar zijn voorganger Willem-Jozef Vanvenckenray reeds de basis had gelegd voor het flamingantisme. Paquay stortte zich onmiddellijk in de lokale politiek. Zijn eerste ‘politieke' daad (want dat was het eigenlijk) was de oprichting in 1924 van de Katholieke Harmonie, waardoor hij de Koninklijke Fanfare en haar voorzitter, de conservatieve burgemeester Lambert Thans, buiten spel zette. Door anonieme publicaties in Jef Simoens ' weekblad De Bilsenaar, kwam hij op voor de Vlaams katholieke lijst van Jan-Pieter Bollen waardoor hij meehielp aan diens verkiezingsoverwinning in 1926.

Paquay droeg een bruisend Vlaams dynamisme uit door allerlei realisaties en manifestaties, zoals de Guido Gezelleviering (1930), de stichting van de Vlaamse Kermis (1932), de bouw van het Katholiek Volkshuis (1926). Ook op het vlak van onderwijs liet hij zich gelden. Hij was de grote promotor van de stichting van het St.-Lambertuscollege (1924) en de school van Heesveld-Eik (1929).

Het doen en laten van Paquay werd met argusogen gevolgd door zijn oversten. Het bleek bvb. dat de deken de in het Frans gestelde herderlijke brieven slechts fractioneel voorlas vanaf de preekstoel en dan nog op een murmelende toon zodat niemand het verstond. Als er bij gelegenheid de Brabançonne moest worden gespeeld in de kerk dan liet de deken dat achterwege. Toch heeft hij nooit een berisping gekregen van de bisschop. Het ziet er naar uit dat monseigneur Kerkhofs, een streekgenoot afkomstig van Valmeer, eigenlijk een boontje had voor de rebellerende deken.

In 1936 werd deken Paquay ernstig ziek. Hij ging op rust bij zijn zuster in Werchter waar hij op 17 november 1936 overleed. Op 21 november kreeg hij in Bilzen een nooit geziene uitvaart. Hij werd er op het kerkhof begraven vlak naast de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand.

BILZEN0037_paquay