Geschiedenis

Markante figuren

 

Het Héllig Jansseke

1727-1787

 

Jan Baptist Janssens werd geboren in Bilzen in de Brugstraat, op 23 juni 1727 als zoon van Christiaan Janssens en Ida Thijs uit de brouwerij De Ring. Vader Janssens was ook notaris-commissaris en diverse malen burgemeester van de stad. Uit het gezin van 10 kinderen werden vier zonen geroepen tot het priesterschap. Jan Baptist, negende kind in de rij, was 26 jaar toen hij in 1753 het ordekleed van de Heilige Dominicus aannam en binnentrad in het klooster van de predikheren in Tongeren onder de naam Vincentius. Zijn onderwerping aan de leefregels van de H. Dominicus was totaal en niets kon hem aanzetten om hiervan af te wijken. Zijn ascetisch leven in totale afzondering en stilte waren er ironisch genoeg de oorzaak van dat zijn naam in Tongeren en omgeving algemeen bekend geraakte. Het enige wat nu echter nog aan pater Janssens herinnert, is een hagiografie waarvan de eerste druk in 1886 door een onbekende auteur werd uitgegeven: "Kort verhaal van het leven en den dood van den Eerwaardigen Pater Joannes-Baptista Janssens".

jansseke_boekIn Tongeren werd zelden gesproken over "pater Vincentius", als men die naam al kende. Het volk noemde hem het héllig paoterke of het héllig Jansseke. Zijn eenvoudig kloosterleven was een aaneenrijging van vasten, gebed, voorspellingen, visioenen en prediking tegen zedenverwildering. De sermoenen van het héllig Jansseke werden druk bijgewoond; hij gaf ze gedeeltelijk in zijn "moedertaal", het Bilzers: "Zijne stem was zacht, aangenaam en zoetvloeiend en zoo duidelijk dat dezelve tot in de uiterste hoeken van de kerk even verstaanbaar was. Zijne sermoonen waren allereenvoudigst en gedeeltelijk in Bilsersche spraak ..."

Ondanks het feit dat Jansseke perfect gezond was, voorspelde hij op 3 april 1787 dat hij niet meer lang te leven had. Vooraleer hij naar de kerk ging om te preken, bestelde hij bij een kennis in Tongeren een paar dikke wollen kousen om aan zijn voeten te dragen als hij begraven werd. Tijdens de preek viel hij bewusteloos neer. Vier dagen later, op 7 april 1787, stierf hij. Het héllig Jansseke werd begraven in de pandgang van het predikherenklooster in Tongeren.